|
![]() |
|
nog xx dagen voor de
première van Herakles
De Appel
lnleiding
De Appel is een Haags toneelgezelschap dat al meer dan dertig jaar bestaat. Aus Greidanus en Gerrit Dijkstal vormen de directie. De Appel beschikt over een multifunctioneel eigen theater te Scheveningen.
De Appel maakt klassiek repertoiretoneel en geniet de laatste jaren veel bekendheid dankzij zogenaamde Theatermarathons (Tantalus en Odysseus). Voor De Appel is het functioneren als ensemble essentieel. Dat betekent dat ook in de repertoirekeuze rekening wordt gehouden met een optimale bezetting vanuit het eigen ensemble. Voor vrijwel iedere groot bezette productie worden ook gastacteurs aangetrokken. De Appel zegt te kiezen voor theater in nauwe verbinding met wat er in de samenleving omgaat. Naar eigen zeggen legt zij haar oor te luisteren in de maatschappij en zet zij dat wat zij hoort, om in theaterverhalen die ingaan op de vragen van deze eeuw: migratie, vreemdelingen, samenleven in een multiculturele context, globalisering, verrechtsing, terrorisme en religiositeit. De Appel zet zich af tegen ‘de obsessie met het multimediale van veel hedendaags theater'.
De Appel maakt de komende periode van de langlopende megaproducties de kern en vaste waarde binnen haar repertoire. De marathons vormen de basis van de langetermijnvisie in het artistieke beleid. In de huidige subsidieperiode is De Appel weer begonnen om op beperkte schaal met voorstellingen op tournee te gaan. Dat beleid wil de groep continueren. In dat kader wil zij ook buitenlandse voorstellingen in haar theater vertonen en deelnemen aan het Oerol Festival. De Appel is verder, samen met het Nationale Toneel, Stella Den Haag en Theater aan het Spui, betrokken bij de oprichting van de StadstheaterUnie Den Haag. Dit is te beschouwen als een werkmaatschappij, bedoeld om jonge theatermakers kansen te bieden en onderlinge afspraken te maken, om dat talent te laten doorstromen naar de Haagse gezelschappen. Verder organiseert De Appel een tweejaarlijks festival met Zuid-Afrikaanse partners; een internationale samenwerking met als credo ‘dialoog en uitwisseling'. De Appel maakt jaarlijks 4 producties en speelt 190 voorstellingen.
De Appel vraagt € 520.406 per jaar aan het Fonds.
De Appel ontvangt subsidie in het kader van de Cultuurnota 2005-2008.
Beoordeling
De commissie stelt vast dat De Appel, één van de oudgedienden met een roemrucht verleden en succesvol heden, een gevestigde waarde in het bestel en het theaterlandschap vormt.
Het gezelschap bedient een groot publiek en werkt consequent vanuit haar eigen huis.
De theatermarathons, die onder leiding van Aus Greidanus tot stand kwamen, hebben zeker een nieuwe dimensie toegevoegd; een breed hedendaags publiek ondergaat gretig bijna een half etmaal lang een theater-event. Dit totaalconcept is een succesvol marketinginstrument. Mede daarom plaatst De Appel dergelijke megaprojecten de komende jaren in het hart van de activiteiten en de organisatie.
Het toneel van de Appel heeft onmiskenbaar kwaliteit. Het is herkenbaar maar ook voorspelbaar: monumentale vormgeving, gemoderniseerde klassiekers, vast ensemble, smeltkroes van speelstijlen, pathos afgewisseld met commedia. Het zijn volgens de commissie kenmerken van een degelijke en gecultiveerde signatuur. Door haar voorspelbaarheid is De Appel niet meer zo wezenlijk voor de ontwikkeling van het Nederlandse theater. Wel heeft ze haar veerkracht en bestaansrecht in de afgelopen periode opnieuw bewezen.
De commissie is niet enthousiast over het beleidsplan 2009-2012. Het is summier en globaal in de informatieverstrekking en roept vooral vraagtekens en twijfel op. Het belangrijkste punt van kritiek betreft niet de continuering van het succesformat van de megaprojecten, maar het ontbreken van een deugdelijke inhoudelijke visie op de projecten die als basis dienen; de Argonauten en onze koloniale geschiedenis. Als deze projecten de pijlers van het artistieke programma van de toekomst vormen, verwacht de commissie van een rijpe regisseur en artistiek leider als Aus Greidanus minstens enige inhoudelijke articulatie van de voornemens en de beweegredenen daaromtrent.
Een ander punt van kritiek betreft de geconstateerde veranderingen in het artistieke team; het huidig ensemble ondergaat uitbreiding en aanvulling en regisseur/acteur Jules Terlingen verschuift meer naar de achtergrond. Hoewel het hier gaat om ingrijpende veranderingen met directe artistieke gevolgen, motiveert De Appel deze nauwelijks. De commissie beschouwde Jules Terlingen in de afgelopen periode als die van ‘de tweede man' naast en potentiële opvolger van Aus Greidanus. Hij lijkt nu echter in de coulissen van het gezelschap beland te zijn. Het regie-trio dat de komende jaren het gros van de producties zal regisseren, vindt de commissie artistiek minder interessant en weinig complementair.
Gezien de herinrichting van het bestel en de historische stadsrelatie die De Appel heeft met Het Nationale Toneel zou de commissie graag zien dat De Appel de komende periode helder maakt op welke wijze ze complementair is binnen het Haagse theateraanbod en dat actief profileert.
Conclusie en advies
De Appel heeft bewezen over veerkracht te beschikken en boekt veel succes met haar theatermarathons. De commissie waardeert het gezelschap binnen het aanbod van conventioneel kwaliteitstoneel en vindt de wijze van bespeling van het eigen Appeltheater nog steeds uniek en aanvullend in Nederland. Zij is echter op meerdere punten kritisch over het beleidsplan 2009-2012 en zij hoopt dat De Appel erin slaagt die kritiek te weerleggen.
De commissie adviseert om De Appel op te nemen in de regeling Vierjarige subsidies Podiumkunstinstellingen 2009-2012.
Financieel overzicht (subsidiebedragen per jaar in euro's)
Huidige cultuurnotasubsidie (prijspeil 2006) € 316.729
Gevraagd € 520.406
Geadviseerd € 320.000
Toegekend € 337.090
Wie had gedacht dat in deze 'zappende' samenleving het theaterpubliek nog geïnteresseerd zou zijn in de grote verhalen van toen, met de belangrijkste thema's van altijd?
Ruim 20.000 bezoekers hadden soms zelfs een dag verlof over voor de elf uur van Tantalus . En wie had gedacht dat daarna, ook voor Odysseus, de tweede Appelmarathon, het publiek opnieuw massaal zou reageren? Zo massaal dat een half jaar vóór de première al vijftig procent van de kaarten is verkocht.
Er heerste ongeloof in het seizoen 2003/2004, ook bij diegenen die 'het konden weten'. Elf uur theater, jullie zijn gek. Voor velen was het een verbazende ontdekking dat het kon. Maar tegelijkertijd mag je constateren dat het niet om toevalstreffers gaat. Dat dit succes wel degelijk het resultaat is van een ontwikkeling bij De Appel die al langer gaande was. Een ontwikkeling die zich nog steeds voortzet, zich verscherpt en die ons gezelschap in voortdurende beweging zal houden.
Wat was: Het begon zo'n beetje met het grote klassieke project Trojaanse Vrouwen in het seizoen 2000/2001. Een voor De Appel typerende ontdekkingstocht naar het wezen van de klassieke thema's om die opnieuw, in een andere belichting, zichtbaar en herkenbaar te maken voor een publiek van nu. De reacties destijds leidden al tot een groeiend besef dat oude beleidspatronen konden worden losgelaten. En die bewustwording zou uiteindelijk leiden tot die Tantalus en tot Odysseus. Voorstellingen die alleen maar mogelijk zijn in een lange termijn-visie, een denken over de tijdsgrenzen van kunstenplannen heen. En die alleen maar waargemaakt kunnen worden door de unieke pijlers onder het werk van De Appel.
Wat is 1: Pijlers, te beginnen bij het eigen Appeltheater. Een uniek gebouw waar het publiek bij zijn eerste stap over de drempel al het gevoel heeft dat er iets met hem gebeurt. Een bijzonder gebouw dat er bijna om smeekt dat er bijzondere projecten gebracht worden. Eén groot locatiegebouw dat van binnen voortdurend verandert, waar muren worden geslecht, en waar nu een enorme theatervloer met klassieke plavuizen ligt, als de Griekse bodem voor die hedendaagse vertelling. In geen enkel theater kan een groep zo'n lange serie voorstellingen van zo'n omvangrijk en ingrijpend project programmeren. Een plek om te koesteren
Wat is 2: Die ontwikkeling kon en kan ook alleen maar verwezenlijkt worden dankzij pijler nummer twee, een ensemble dat grote ervaring heeft in alle speelstijlen. En daar op een eigen en eigenzinnige manier mee om kan gaan. En dankzij pijler nummer drie, dat grote en trouwe 'eigen' publiek dat De Appel graag blijft volgen. Voor de helft afkomstig uit Den Haag, voor de andere helft uit de rest van Nederland. Qua leeftijd zeer gemengd van samenstelling. Een recente theateravond als kennismaking met die Odysseus bracht bijvoorbeeld al ruim tweehonderd bezoekers naar De Appel. Om er verhandelingen te horen van theatermakers én van classici. Geen populaire kost, behoorlijk academisch soms, en toch zaten ze er ademloos.
Wat komt: Het was en is geen reden voor De Appel om voldaan achterom te kijken. Dat hebben wij nooit gewild en willen we ook nu niet. Onze blik blijft op de toekomst gericht. Met een steeds sterker besef, opgedaan in die afgelopen jaren, dat in die bijzondere projecten ook de toekomst voor de groep ligt. Dat we het wiel niet opnieuw behoeven uit te vinden. Dat die lijn gecontinueerd dient te worden. Met het Appeltheater steeds sterker geprofileerd als hét theater in Den Haag en Nederland voor zulke veelomvattende projecten. Van essentieel belang daarbij is voor De Appel hoe je dat einddoel bereikt. De weg naar Tantalus destijds was nog wat oneffen, de weg naar Odysseus is al grondig geplaveid met kleinere voorstellingen die allemaal iets bijdragen aan dat grote project. Een werkwijze die wij, in de kleine zalen van het eigen theater, straks nog veel verder gaan uitwerken.
Waarom: Die grotere projecten moeten niet alleen 'incidenten' zijn, maar gebeurtenissen waar het gezelschap naar toe groeit. Ooit is De Appel door Erik Vos c.s. opgericht uit een afkeer van het in zijn lijst vastgeroestte theater. De Appel-nú wil zich opnieuw duidelijk onderscheiden in het theaterlandschap, met het ‘avant garde-gevoel' van toen. Niet de klassieken omdat het klassieken zijn, niet de canon om de canon, geen Pinter of Tsjechov omdat het zo mooi is. Als ze gespeeld worden dan is het omdat er elementen in schuilen die de weg kunnen wijzen naar dat grote eindproject, waarin thema's, vragen, actualiteit en problemen van nu neergelegd en verhelderd kunnen worden. In kleine zaal-voorstellingen die daardoor een andere betekenis krijgen, 'stepping stones' worden op de weg verder. En die het publiek kunnen aanzetten tot mee-leven en mee-denken op onze weg.
Hoe 1: Hoe we dat willen bereiken? Eigenlijk gewoon door mooie voorstellingen te maken. We zijn ons bewust van de veranderingen in onze maatschappij. De stad is de wereld, complex met veel gezichten en kleuren. Cultuur kan zich niet permitteren binnen de zichtlijnen van het behoud te blijven. Burgers zijn wereldburgers, theater dient net zo kosmopolitisch te zijn. De Appel is zich daarvan bewust. Maar we willen er op onze eigen, artistieke manier mee omgaan. Ons niet conformeren aan de maatschappelijke en politieke 'headlines'. We zoeken een eigen verstandhouding met politiek, maatschappij en publiek. De grote metaforen, de klassieke thema's blijven bij De Appel overeind. Maar wanneer straks Geert de Jong een voorstelling gaat maken over volkstuintjes, wordt dat wel een micro-wereld waarin de oorlog van Europa wordt uitgevochten: 'My garden is my castle'. We bieden essentiële thema's aan in projecten als Odysseus, het is aan het publiek om de verbanden te leggen. De zogenaamde randprogrammering zal dan ook een steeds groter belang krijgen. Op weg naar Odysseus start ook een traject naar een aantal Haagse scholen. Aan deze scholen wordt gevraagd op school delen van Odysseus repeteren. Die fragmenten zullen uiteindelijk in het Appeltheater, in het grote Odysseus-decor, door die leerlingen gespeeld worden. Met begeleiding van onze acteurs. De Appel wil zo diep mogelijk doordringen in de lagen van een stad. Samenwerkingsverbanden met Filmhuis Den Haag, Korzo, Residentie Orkest en Kosmopolis zijn daarin belangrijk. Kunstopleidingen worden betrokken bij onze voorstellingen; jonge kunstenaars worden uitgenodigd hun werk te laten zien dat aansluit bij thema's van de voorstellingen. Onze website wordt verder uitgebouwd tot een 'mega-informatie-tool', met een grotere interactiviteit en meer mogelijkheid tot ‘downloaden'.
Hoe 2: De Appel heeft al veel jongeren onder haar publiek. Vanaf 2005 tot heden zijn er 4494 scholieren van 66 verschillende scholen in ons theater geweest. Uit Den Haag, maar ook van elders uit het land. Voor voorstellingen en voor workshops met spelers en regisseurs. Ook buiten schoolverband is De Appel begonnen jongeren voor het theater te interesseren. Daarvoor werd de Pas 30- bedacht. Iedereen onder de dertig kan de pas kopen voor € 2,50 en heeft daarmee voor de helft van de prijs toegang tot de Appelvoorstellingen. Een groot succes. Er zijn in totaal al 774 passen uitgereikt. Buiten schoolverband om werd in 2005 een jongerenpanel opgericht waarin alle kleuren vertegenwoordigd zijn. Dat panel adviseert De Appel hoe wel en hoe niet een jong publiek te bereiken. Alles bij elkaar een arbeidsintensief programma waarvoor we aanvulling nodig zullen hebben op het terrein van educatie en publiciteit. Bovendien zal, wat betreft een snellere ‘kleuring' van het publiek een organisatie als Culturalis behulpzaam kunnen zijn.
Hoe 3: In de Kunstenplanperiode 2005-2008 zijn we begonnen met een onderzoek naar de 'expats' in Den Haag. Tienduizenden waarover weinig bekend was. De resultaten ervan zijn aangeboden aan alle kunstinstellingen in Den Haag. Met de voorstelling En God zag dat het goed was, louter opgebouwd uit beeldtaal, werd een begin gemaakt om hen naar De Appel te halen; dat lukte op bescheiden schaal. Maar veel interessanter zijn voor ons de pogingen om daadwerkelijk samen te werken met kunstenaars uit het buitenland. In 2006 kreeg dat vorm in de ontmoeting met Zuid-Afrikaanse toneelkunstenaars in het 06 Festival. Studenten uit Zuid-Afrika en Nederland maakten met acteurs en regisseurs van De Appel drie producties. Zeer uiteenlopend qua vorm. Bruisend en prikkelend door de verzameling jonge talenten die over de grenzen van hun cultuur heen samen iets neerzetten. Met drie producties die dagelijks te zien waren, goed voor een ware festivalsfeer in het Appelgebouw. Zo interessant dat de formule in 2008 wordt herhaald en verder uitgediept. Met toneelschoolstudenten uit Kaapstad, Johannesburg, Amsterdam, Arnhem en Maastricht. Thema van het festival zal zijn: het samenleven in een multiculturele samenleving. Bovendien biedt de confrontatie met Zuid-Afrika ons als gezelschap ook nieuwe inzichten, die je kan gebruiken bij het zoeken naar nieuwe mogelijkheden om je publiek te interesseren.
Theater en wereld met elkaar verbinden, het blijft het credo van onze dramaturgie
Van Tantalus naar Odysseus, 2005-2008
Na Tantalus: Het gigantische succes van Tantalus maakte één ding duidelijk. Het na de Cultuurnota 2001-2004 zo gehavende gezelschap had zichzelf teruggezet op de Nederlandse theaterkaart. Met een zowel artistiek als commercieel succes. Aus Greidanus besloot al snel na Tantalus de volgende subsidieperiode af te sluiten met een nieuwe theatermarathon: Odysseus.
En dan komen de vragen: Kunnen we vier jaar repertoire opbouwen in functie van die Odysseus? Hoe vinden we daarbij een evenwicht tussen nieuw werk en klassiek repertoire? Eerst Odysseus zelf. Belangrijke, nog altijd geldige thema's uit die vertelling werden gedestilleerd. Zoals de vraag die de soldaat Odysseus betreft: kan een oorlogsveteraan ooit terugkeren naar huis? Dan de problemen van zijn vrouw Penelope: tussen verleiding en trouw. Het zoeken naar identiteit van zijn zoon Telemachos. Een canvas van thema's waarbinnen geëxperimenteerd moest kunnen worden en gezocht naar vernieuwing.
Zo bracht het eerste seizoen na Tantalus twee nieuwe creaties (Dans en God zag dat het goed was), naast klassiekers uit de toneelliteratuur (Moeder en Don Quichote ). In de nieuwe stukken werd gezocht naar een speelstijl waarin het beeld het primaat had boven de tekst. Bij de klassiekers werd vooral gezocht naar een verfrissende visie en vormgeving.
Op weg naar Odysseus: In de twee volgende seizoenen waren de in Odysseus gevonden thema's herkenbaarder aanwezig: wraakneming en verzoening (in seizoen 2005/2006), 'de vreemdeling' (in seizoen 2006/2007). Thema's die aansluiten bij Odysseus' wraak op Ithaka en Homerus' gegeven van de gastvrijheid. Een oude dame die terugkeert om wraak te nemen op een man (Het bezoek van Gerardjan Rijnders naar Dürrenmatt, regie Gerardjan Rijnders). Een ex-nazi probeert in het reine te komen met zijn oorlogsverleden (Voor het pensioen van Bernhard, regie Jules Terlingen en Geert de Jong). Kiezen voor verzoening in plaats van wraak (De storm van Shakespeare, regie Aus Greidanus). De onmogelijkheid van een oorlogsveteraan om terug te keren naar huis (Buiten voor de deur van Borchert, regie David Geysen, 06 Festival).
De kwestie van de 'vreemdeling' (De goede mens van Sezuan van Brecht, regie Aus Greidanus). Iemand keert uit het verleden terug op het thuishonk (Het woud van Ostrovski, regie David Geysen). De mens als reiziger, thuis en niet thuis, altijd onderweg, een migrant (5.51u van en door Geert de Jong).
Twee seizoenen dus met thema's direct of indirect verbonden met Homerus' Odysseus als opmaat voor die voorstelling. En dan komt Odysseus zelf. Held. Vader. Oorlogsmachine. Mooiprater. Strateeg. Leugenaar. Middelaar. Diplomaat. Moordenaar. Dief. Vreemdeling. Drenkeling. Heiner Müller noemde hem ‘de eerste politieke mens'. De eerste held in de cultuurgeschiedenis die niet meteen tot actie overgaat. Die onderhandelt en praat. Die het gevecht tussen brute kracht en het verstand aandurft. Een eerzuchtige militair die zijn sterfelijkheid aanvaardt. Die kwetsbaar wordt. Een vreemdeling. Misschien kan hij thuiskomen. Als hij tenminste zijn verhaal kan vertellen. Als er iemand wil luisteren. Want verhalen vertellen heelt wonden.
In juni 2008 zet De Appel gastvrij de deuren open voor verhalenvertellers van elders: jonge theatermakers uit Zuid-Afrika en Nederland die samen komen in het 08 Festival. In 2006 startte De Appel met deze samenwerking van toneelschoolstudenten uit Nederland en Zuid-Afrika. Dat resulteerde toen in drie stukken. Die samenwerking wordt verder uitgediept in 2008. De Zuid-Afrikaanse theatermaker en auteur Mike van Graan komt een stuk schrijven voor het festival. En zijn jonge landgenoot Jaco Brouwer komt regisseren. Dialoog als sleutelwoord voor de internationale samenwerking tussen theatermakers uit een jonge en een oude democratie.
De Appel kiest voor theater dat nooit los staat van wat in de samenleving omgaat. De opdracht voor een keuze uit de 'culturele canon' kan alleen maar gemaakt worden door het oor te luisteren te leggen in die samenleving. Een oor dat het hart hoort bonken, maar ook fluisterstemmen registreert. En die omzet naar theaterverhalen die een antwoord zoeken op de vragen van deze eeuw: migratie, vreemdelingen, samenleven in een multiculturele context, globalisering, verrechtsing, terrorisme, religiositeit. Maar dan wel wars van de obsessie met het multimediale van veel hedendaags theater. Met de persoonlijkheden van theatermakers Greidanus, De Jong en Geysen als richtinggevers in een persoonlijke, integere vormgeving daarvan. Steeds op zoek naar de essentie van toneelspelen. De spelende mens in een ruimte die de wereld is.
Een toekomst voor De Appel: 2009-2012
Ensemble: De kracht van De Appel is altijd de herkenbare eenheid van het ensemble geweest. Ook voor de toekomst wil De Appel een groep van acteurs en regisseurs zijn die zich voor langere tijd aan het gezelschap binden. Het ensemble zal aangevuld worden tot elf vaste spelers. En worden verjongd. Die beweging is al in gang gezet omdat twee spelers, die al lange tijd deel uitmaakten van de vaste groep, te kennen hebben gegeven gebruik te zullen maken van de vroegpensioenregeling. Aus Greidanus zal in dat ensemble de voortrekker zijn die de lijnen uitzet. Maar ook een jonge regisseur als David Geysen zal de komende vier jaar de kans krijgen zijn talent verder te ontwikkelen. Geysen maakt als acteur al deel uit van het ensemble van De Appel, maar heeft zich bij ons bovendien ontpopt tot een theatermaker met grote mogelijkheden. In 2007 deed hij zijn eerste grote zaal regie, een succesvolle productie van Ostrovski's Het woud. Geysen durft controversiële keuzes te maken. Getuige zijn eigenzinnige Don Quichote (2005) en het feit dat die 'onspeelbaar' verklaarde Ostrovski bij hem een heldere en opvallend moderne vorm kreeg. En aangezien gevoel en talent voor 'grote zaal' producties met een lantaarntje gezocht moeten worden is De Appel van plan hem verder te ondersteunen en te stimuleren.
De Appel wil een laboratorium kunnen zijn waarin aan een samenhangend en betekenisvol repertoire wordt gewerkt. Een vrijplaats voor jonge, professionele acteurs die passen bij die benadering en die zich thuisvoelen bij dat repertoire. Met voldoende middelen is het handhaven van zo'n gezelschap en die benadering artistiek zeer wel mogelijk.
Jonge regisseurs: Door de oprichting van de StadstheaterUnie Den Haag (i.o.), een werkmaatschappij van het Nationale Toneel, Stella Den Haag, Theater aan het Spui en Toneelgroep De Appel, willen wij ons sterk maken voor de vorming van een Productiehuis in Den Haag, bedoeld om jonge theatermakers kansen te bieden en onderlinge afspraken te maken om dat talent te laten doorstromen bij de Haagse gezelschappen. Van doorstroming is momenteel geen sprake.
Dramaturgie: In de vorige Kunstenplanperiode werd een begin gemaakt met de samenwerking met een team van dramaturgen of dramaturgen-in-opleiding. Dat zal gecontinueerd worden. En dat is vooral nodig omdat de uitgebreide randprogrammering met het zoeken naar thema's die aan de orde komen in het repertoire en de verdieping daarvan, vraagt om een intensieve begeleiding. Het essentiële belang van die randprogrammering in onze visie maakt dat dramaturgische werk in de komende kunstenplanperiode zelfs onontbeerlijk.
Projecten: Toneelgroep De Appel heeft een reputatie opgebouwd wat betreft grote theaterprojecten. Te beginnen met Trojaanse Vrouwen in 2001, met daarna John Bartons Tantalus in 2003 en Odysseus in 2007. De Appel wil van dat soort grote projecten de kern en vaste waarde maken binnen haar repertoire. Dat is de basis van de lange termijnvisie in ons artistieke beleid. Zo liggen er voor de nabije toekomst twee ideeën te wachten op verdere uitwerking: de Nederlandse koloniale geschiedenis en het verhaal van de Argonauten. De keuze van het (klassieke) repertoire daaromheen zal worden afgestemd op de thema's die zich in die grote projecten aandienen en de maatschappelijke relevantie daarvan.
Daarnaast blijft De Appel artistiek op zoek naar een eigen, prikkelende beeld- en vormentaal.
Het overtuigende succes van de samenwerking die Toneelgroep De Appel aanging met jonge acteurs en theaterstudenten uit Zuid-Afrika in het 06 Festival krijgt een vervolg in het 08 Festival. Waarvoor nieuw werk wordt geschreven en waarin jonge acteurs uit Kaapstad, Johannesburg, Amsterdam, Arnhem en Maastricht gaan samenwerken.
Reizen: In de huidige subsidie-periode is De Appel weer begonnen om op beperkte schaal met voorstellingen op tournee te gaan. Dat beleid willen we continueren. Waarbij onder tournee ook buitenlandse voorstellingen en onze deelname aan het Oerol Festival op Terschelling wordt verstaan. De Appel heeft een eigen publiek, ook elders in het land. Wanneer we met een kleinere voorstelling in bijvoorbeeld Groningen spelen, merken we dat dat invloed heeft op het bezoek van dat publiek aan de grote voorstellingen in Den Haag. Het publiek raakt erin geïnteresseerd en komt ook naar het Appeltheater. Met dat beperkte reizen doen we in feite ook aan 'klantenbinding', genereren we onze eigen publiciteit en ons publiek.
Tenslotte: Toneelgroep De Appel wil het beleid van de laatste vier jaar verder ontwikkelen. Geen korte termijnvisie van seizoen per seizoen, maar een lange termijnvisie. Wij geloven in grote projecten die zich met hun randprogrammering steeds dieper kunnen nestelen in de samenleving. Ensemble en Appeltheater zijn daarbij cruciaal. De intensieve bespeling van de grote en kleine zaal, maakte het nodig dat extra ruimte - het gebouw naast het Appeltheater - werd gehuurd. Wanneer mogelijk biedt het Appeltheater plaats aan andere activiteiten van andere organisaties (in de laatste drie jaar 17 maal), maar de aard van onze eigen bespeling, de lange series voorstellingen, sluiten een reguliere aanwezigheid van een eventueel ander gezélschap uit. Het Appeltheater dient ons toch vooral ongehinderd ruimte te bieden voor onze theaterdromen.